Therapie

Immuuntherapie of behandeling met een vaccin wordt meestal uitgevoerd met mengsel van huismijten, graspollen, voorjaarsbomen, schimmels (alternaria)  of insecten (wesp, bij, hommel).

Vooreerst behandelde men  vooral luchtwegenallergie (rhinitis, conjunctivitis, astma), maar nu ook atopisch eczeem en voedingsallergie. Wegens mogelijkheid voor anafylactische reacties gebeurt dit in hospitaalmilieu voor insecten en voeding. Behandeling voor huismijt, pollen en schimmels kan ambulant gebeuren. Immuuntherapie voor dierenallergie vergt vrij lange behandeling met minder kans op verbetering in vergelijking met de andere respiratieallergenen.

Er is een vernieuwende trend in de ganse interne geneeskunde om immuuntherapie te gebruiken: de toekomst zijn tabletten om tolerantie te bekomen, voorlopig bestaan nog de injecties of druppels via de mond. De orale methode is snel eenvoudig en veili en kan ook verder genomen worden bij verblijf elders. De duur van een vaccin blijft 3 tot 5 jaar.

Het nut van deze methode is beperken van medicatie en indijken of voorkomen van nieuwe allergieën. Wanneer men in het beginstadium kan starten is de kans op succes groter, zodat sommige patiënten geen medicatie meer nodig hebben. Dit geeft enerzijds een besparing en anderzijds een verbetering van de levenskwaliteit.